Ruimte om jezelf te zijn

Dit artikel is gepubliceerd op Blijven Leren op zaterdag 25 november 2017.

Lesgeven vanuit mijn hart doe ik eigenlijk puur en alleen voor mezelf. Het is namelijk de enige manier waarop ik kán lesgeven en ik weet ondertussen uit ervaring dat als ik het op een andere manier doe, dat ik dan simpelweg niet meer functioneer: niet op mijn werk, niet thuis, nergens eigenlijk. De keren dat dat gebeurd is in de afgelopen twintig jaar, kan ik helaas op twee handen tellen. Gelukkig heb ik mezelf de afgelopen drie jaar wél ruimte gegeven om opnieuw mezelf te worden en daardoor kan ik nu weer lesgeven vanuit mijn hart.

Toen ik ongeveer 20 jaar geleden voor het eerst écht voor de klas stond ergens in Rotterdam West is de vonk overgeslagen. Ik had een stageplek die niemand wilde hebben, maar die ik door flinke studieachterstand niet kon weigeren. Ik begreep ook helemaal niet waarom ik daar op die school geen stage zou willen lopen en ging gewoon. Na een week of drie kwam mijn stagebegeleider bij me kijken. Ik keek enorm tegen hem op: hij had in de jaren ‘70 het Maagdenhuis bezet en van dat soort opstand tegen het systeem kon ik op dat moment alleen nog maar dromen. Hij ging zitten en hij bekeek met zijn armen over elkaar mijn les. Na de les was het pauze en hij zat nog steeds op dezelfde plek met zijn armen over elkaar.

Hij riep me bij hem en keek enorm streng en zei: ‘Bar, kun je me één ding beloven? Kun je zolang als je voor de klas staat, blijven doen wat je me net hebt laten zien? Lesgeven vanuit je hart? In contact met de leerlingen voor je? Zonder ook maar een oordeel te vellen over die pubers voor je? Door gewoon jezelf te zijn en te stralen? Door er simpelweg voor hen te zijn?’ Ik knikte, maar snapte op dat moment waarschijnlijk niet helemaal wat hij bedoelde.

Helaas ben ik zijn zeer welgemeende en goede advies best vaak vergeten tijdens mijn loopbaan. Ik heb mij enorm af laten leiden door van alles: het systeem, stemmen in mijn hoofd, mijn eigen onzekerheid, kritische blikken van collega’s, leerlingen die in de war raakten van mijn manier van lesgeven en ga zo maar door. Dat maakte lesgeven voor mij niet altijd een pretje en zeker niet in een fulltimebaan, die ik als alleenstaand moeder wel altijd nodig had. Ik was in feite zo hard op zoek naar ruimte om les te kunnen geven op een manier waarop ik zeker wist dat het niet alleen voor mijn leerlingen of studenten zou werken, maar ook voor mij.

Ik heb tijdens mijn loopbaan snel ontdekt hoe ik het lesgeven zelf een beetje kon omzeilen, want het was wel duidelijk dat alleen maar lesgeven voor mij niet werkte: ik ontwikkelde onderwijsmateriaal voor schoolmethodes, examens voor CITO, een complete hbo-opleiding, een vmbo-mbo aansluiting, ik ging in gesprek met mbo’s en vo-scholen over de aansluiting met het hbo, was leerjaarcoördinator voor mijn dertigste, implementeerde het vak Nederlands binnen een mbo-instelling en ontwikkelde op maar liefst vier verschillende scholen taalbeleid. Gelukkig heb ik op mijn pad dus flink wat directeuren getroffen die me zoveel mogelijk hielpen om mijn onderwijsbaan zo te creëren dat ik mezelf kon zijn. Toch lukte het mij niet om rust in te vinden in de banen die zo mooi voor me werden samengesteld. Dat heeft me doen besluiten om vijf jaar geleden als freelancer te gaan werken.

Mijn plan was om de helft van mijn werkweek voor de klas te staan en de andere helft mijn andere kwaliteiten in te zetten als adviseur of ontwikkelaar of … Dat is er tot nu toe nooit van gekomen: de afgelopen 5 jaar heb ik alleen maar lesgegeven. Aan vmbobasisbrugklassen, 4 havo en 4 atheneum, aan mbo-mannen van ICT en mbo-vrouwen die op zaterdag bij de LOI nog even een mbo-papiertje moeten halen, aan eindexamenkandidaten tijdens examentraining, aan een paar kids thuis aan mijn keukentafel en ga zo maar door. Tegenwoordig geef ik 2 à 3 dagen les en vul ik de rest van de week met andere mooie bezigheden.

Ik merkte dat ik lesgeven weer het aller aller allerleukste vond om te doen en door me steeds behendiger van klus naar klus – feitelijk van vervanging naar vervanging – te bewegen, kon ik elke keer weer lesgeven vanuit mijn hart. Door steeds maar weer bij het kennismakingsgesprek onomwonden te vertellen hoe ik voor de klas sta en waarom, kwam ik vanzelf op plekken terecht waar ik de docent kan zijn die ik wil zijn.

Een docent die haar leerlingen of studenten alle, maar dan ook alle ruimte geeft om zichzelf te zijn. Dan kan ik namelijk ook mezelf zijn in het klaslokaal. En ook al lopen er nog steeds weleens mensen langs mijn lokaal met een vragend gezicht, of heb ik nog steeds weleens het gevoel dat ik bekeken word terwijl ik aan het werk ben (terwijl dat misschien helemaal niet zo is). Ik kan nu uiteindelijk na een flinke zoektocht weer lesgeven vanuit mijn hart. Ik heb de ruimte gevonden en genomen die ik zelf nodig heb om in balans te kunnen werken.

Ik heb de afgelopen jaren dus ook eindelijk geleerd om mijn eigen energie te bewaken. Dat doe ik onder andere door mijn manier van lesgeven elke les weer voor elke klas opnieuw aan te passen. Ik geef in feite les met wat er in het moment is. Dat betekent inderdaad dat ik mijn lessen nooit voorbereid: ik weet wel wat er moet gebeuren die dag, maar de manier waarop bepaal ik in de eerste 5 minuten van een les. En ja, dat is makkelijk praten met 20 jaar ervaring en ja, mijn vak (Nederlands) leent zich daar denk ik ook voor, maar toch denk ik dat de kern van wat ik doe: lesgeven in het moment, voor veel docenten een verademing zal zijn. Het is eigenlijk mindful lesgeven.

Als je mindful lesgeeft, houd je naast met jezelf ook automatisch rekening met de leerlingen in je lokaal. Met de leerlingen en hun energie of hun staat van zijn of hoe je het ook wilt noemen. En als je rekening houdt met de leerlingen, kan het niet anders dan dat je les soepel zal verlopen: je maakt de les dan namelijk mét je leerlingen in plaats van vóór de leerlingen. Je zult merken dat je de leerlingen dan ook vanzelf meer ruimte gaat geven: ruimte die ze van nature nodig hebben of ruimte die ze nodig hebben omdat het al middag is, of omdat ze net gegymd hebben of als ze een zware toets achter de rug hebben.

De ruimte die ze nodig hebben is eigenlijk niets anders dan ruimte om je te ontwikkelen en ruimte om jezelf te zijn. Dat is dus dezelfde ruimte die ik nodig had om uiteindelijk mijn boek te kunnen schrijven en daardoor kan ik nu hopelijk meer docenten inspireren om hun leerlingen/studenten meer ruimte te geven en er tegelijkertijd voor te zorgen dat zij zelf ook meer ruimte krijgen. Zodat we steeds minder vaak berichten in de krant te lezen krijgen over docenten en stress en docenten en werkdruk of jonge docenten die al snel weer afhaken.

Pak dus alsjeblieft vandaag nog de ruimte die er is om de docent te worden die je kunt zijn. Ook al had ik als startende docent al iemand (en er waren er gedurende mijn hele loopbaan heus meer) die me op mijn hart drukte dat ik goed bezig was, ik durfde lang niet voor mijn eigen ruimte te kiezen. Simpelweg omdat ik niet in de gaten had, dat dat een optie was. Nu weet ik gelukkig dat er altijd, maar dan ook altijd ruimte is om jezelf te zijn – ook voor de klas, je hoeft het jezelf alleen maar te gunnen.