Een bijzonder vest

Deze anekdote schreef ik op voor de inspiratieavond van Samen sterk zonder Stigma op maandag 27 november 2017

Natuurlijk heb ik de afgelopen 20 jaar ook flink wat bijzondertjes in mijn lokaal gehad: zo noem ik zelf leerlingen die iets bijzonderderder zijn dan de rest van alle bijzondere leerlingen. Van die bijzonderste leerlingen passen de leerlingen die wat drukker zijn het best bij mij: drukke leerlingen laat ik lekker uitrazen, geef ik veel ruimte en dan functioneren ze prima bij mij in het lokaal. Drukke leerlingen kunnen ook vaak heel goed aangeven wat ze nodig hebben en ook al krijgen ze dat niet vaak op school, ik luister altijd graag naar hun wensen.

Leerlingen die heel veel structuur nodig hebben, hebben het lastiger bij mij in de klas – dat komt omdat ik zelf ietwat chaotisch ben, veel vanuit mijn intuïtie werk en ook in mijn communicatie soms niet even duidelijk ben om niet gewoon te zeggen: vaag. Alhoewel ik mij daar echt wel bewust van ben en er rekening mee houd als ik een klassikale instructie geef, geef ik hen nog vaak een extra instructie met nog meer structuur en gelukkig hebben die leerlingen dat snel door. Ze weten dat als ze mij even niet kunnen volgen dat ik gelijk naar hen toe kom als mijn instructie klaar is. Ik geef ze dan nogmaals het bladzijdenummer door of leg het boek voor ze op de goede bladzijde als ze dat nodig hebben. Soms laat ik ze in hun schrift schrijven wat ze dat uur kunnen doen, maar het staat ook op het bord en dat weten ze op een gegeven moment ook. Samen met zo een leerling vind ik altijd wel een manier van werken die ons beiden past.

Laatst had ik weer een leerling in deze categorie in een 3Gymklas. Maar deze leerling was eigenlijk nog veel bijzonderder dan alle bijzondertjes die ik ooit heb mogen leren kennen bij elkaar. Hij kwam mij elke les aan het begin een hand geven en vroeg aan me hoe het met me ging die dag? Als ik dan antwoord gaf en hetzelfde aan hem vroeg, kreeg ik altijd een soort weerbericht over de status van de klas in combinatie met zijn eigen status van die dag. Op een dag had ik een wollen vest aan: groen met zwarte vlekken. Dat vest was wel echt teveel van het goede voor hem. Terwijl hij aan het begin van de les even aan mijn tafel stond, zag ik al dat hij in de war raakte van mijn vest. Het enige wat hij kon zeggen was: ‘Mevrouw uw vest is niet schoon geworden in de was’.

Ik reageerde niet echt, vooral omdat de twee jongens voor me ook aandacht vroegen. De leerling ging zitten, nog steeds ietwat in de war door mijn vest en ik startte mijn instructie. Ik kondigde het onderwerp aan en was even hardop aan het zoeken naar de bladzijde die daarbij hoorde. ’78 mevrouw, riep hij vanaf zijn plek, ’78 mevrouw daar zijn we en dan gaan we naar opdracht 3, oh en die vlekken op uw vest zijn natuurlijk zo bedoeld.’ Hij keek me opgelucht aan en pakte alvast zijn pen om tijdens mijn instructie gewoon alvast te beginnen met de oefening. Aan het einde van die les kwam hij ook nog even gedag zeggen, dat deed hij normaal nooit, maar ik had het vermoeden dat hij toch nog 1 keer mijn vest wilde inspecteren.