Column opening onderwijsjaar 2017-2018 ROTTERDAM

Geef ruimte aan je leerlingen! 

                                         

Ik ben Bar en werk al 20 jaar in het Rotterdamse onderwijs en deel graag mijn verhalen uit de klas. Elke dag dat ik voor de klas sta, maak ik namelijk wel iets bijzonders mee. Mensen vragen mij weleens hoe dat komt. Ik denk dat dat komt doordat ik mijn leerlingen veel ruimte geef.

Ik geloof dat als je leerlingen ruimte geeft en laat leren op hun eigen manier dat ze zich minder onhandig gedragen in de klas. Ze leren ook veel meer dan het vak waar ze les in hebben. Ze leren vaardigheden, zoals opzoeken, informatie verwerken, vragen stellen, keuzes maken en daar de verantwoordelijkheid voor nemen. Ze leren hun klasgenoten kennen en daarmee een stukje van de maatschappij waarin ze opgroeien. Ze ontdekken in de ruimte ook sneller hun talenten en kunnen gewoon zichzelf zijn.

 

Bij deze deel ik een van mijn verhalen met jullie.

Het gaat over een jongeman die die ruimte helaas niet altijd kreeg.

Hij heeft 3 basisscholen en twee middelbare scholen versleten. Hij begon bij de kleuters op een Daltonschool, daarna op een klassieke katholieke school. Midden in groep 6 vertelde die school dat hij alleen mocht blijven als hij aan de Ritalin ging. Dat vond zijn moeder toch niet zo een goed idee en ze bracht hem naar echte stadsschool ergens in het Oude Noorden waar hij de laatste 2,5 jaar van zijn basisschooltijd een juf had die hem ondanks zijn onhandige gedrag in haar hart sloot en hem probeerde uit te dagen om te leren, maar dat was geen makkelijke opgave.

 

Hij scoorde een bizarre cito-uitslag: vmbo kader voor rekenen en atheneum voor taal. Met deze uitslag mocht hij van een vriendelijke schooldirecteur toch naar een havovwobrugklas. Daar verzoop hij in de hoeveelheid van vakken. Hij had al die jaren ervoor weinig ruimte gekregen om zichzelf te zijn en had daardoor de vaardigheden die je zo hard nodig hebt op school niet ontwikkeld en had ook zijn talenten nog niet ontdekt.

Hij mocht naar de mavo, maar zijn moeder was het zat en stuurde hem naar vmbo-kader. Daar kon hij tenminste een deel van de dag praktisch aan de slag en zij dacht dat dit vmbo wel bij hem en zijn talenten paste. Toch was het vmbo ook geen pretje: hij mocht dan misschien de helft van de dag wel aan de slag met computers en andere apparaten, maar bij de andere vakken moest hij toch weer veel stilzitten.

 

Uiteindelijk is hij in de derde klas ook nog blijven zitten. In het vierde jaar slaagde hij met hangen en wurgen. Gelukkig werd hij toen wel toegelaten tot een mbo niveau 4 opleiding. De eerste maanden waren zwaar. Na het eerste half jaar kreeg hij de smaak te pakken, liep stage, werd enthousiast over zijn toekomstige beroep en ging zelfs op zaterdag of zondag naar school voor projecten als dat nodig was. Het tweede jaar is voorbij gevlogen en hij gaat nu naar het derde jaar.

 

Uiteindelijk is het dus goed gekomen met deze jongeman zou je kunnen zeggen en dat is ook wat ik vaker hoor over leerlingen.

Het komt wel goed.

Alleen neem ik daar geen genoegen mee.

 

Ik wil niet dat het later goed komt, ik wil dat het goedkomt met zo’n leerling op het moment dat ik hem of haar in de klas heb. En dus geef ik die leerling met dat onhandige gedrag maar daarnaast ook al mijn andere leerlingen ruimte.

Ruimte om zelf te bepalen hoe een opdracht gemaakt wordt, alleen of samen, in een groepje of met mij.

Ruimte om te bepalen op welke plek je gaat zitten.

Ruimte om gewoon maar even wiebelig zijn in de klas of om een rondje te lopen door de gang of misschien zelfs over het veldje naast de school.

Ruimte om wat te eten als het aan het eind van de middag is.

Ruimte om eens een dag een baaldag te hebben en even lekker chagrijnig te zijn.

Ruimte om een grappig verhaal aan een klasgenoot of aan mij te vertellen.

Ruimte om …. Nouja ruimte dus.

 

Die ruimte kan ik mijn leerlingen geven omdat ik zelf als docent niet zoveel ruimte inneem. Ik praat niet langer dan 7 minuten klassikaal tegen een klas. Ik gebruik alleen de methode en de kennis die voor me zit. Ik praat de rest van de les wel veel met mijn leerlingen of studenten. Uiteraard om ze te begeleiden bij hun werk, maar ook om contact te maken. Hoe meer ik met mijn leerlingen in contact sta, des te beter weet ik wat ze nodig hebben.

Tijdens het rondlopen in de klas luister ik ook naar hun verhalen en dat zijn vaak de bijzonderste momenten uit mijn les. En nee die verhalen gaan niet over school. Ze gaan over van alles: nieuwe schoenen, een hobby of muziek of ze laten me een filmpje zien op hun telefoon. Soms gaat het ook over ernstige zaken zoals pesten of liefdesverdriet of hun schoolstress.

 

Op de een of andere manier gaan die gesprekken vaak over voetbal: ik heb vorig schooljaar meer over Feyenoord gekletst dan in de rest van mijn leven. Het was een bijzonder jaar voor al mijn leerlingen onder de 18 die hun leven lang al aan het wachten waren op een kampioenschap. Gelukkig is het met Feyenoord ook goed gekomen.

Ik luister naar al die verhalen omdat ik mijn leerlingen wil leren kennen. Pas als ik mijn leerlingen ken, kan ik ze de ruimte geven die ze nodig hebben en kan ik ze begeleiden bij het werken aan hun vaardigheden en het ontdekken van hun talenten.

 

Vlak voor het eind van het schooljaar kwam er een klas bij me binnen, zuchtend en steunend. Ik vroeg aan hen wat er aan de hand was: de docent voor mij had 65 minuten van de 75 minuten gepraat. Uiteindelijk hebben ze bij mij in de les nadat ze waren bijgekomen van het stilzitten en nietsdoen aan hun opdrachten gewerkt voor mijn vak en dat andere vak, zodat ze dat niet thuis hoefde te doen.

 

Ik vind het fijn dat ik nu eens hardop kan zeggen dat ik echt niet begrijp dat er nog steeds lessen worden gegeven waarin docenten zoveel tijd en dus ook zoveel ruimte van de les innemen. Ik heb leerlingen van alle niveaus en op allerlei soorten scholen ruimte gegeven door zelf niet zoveel ruimte in te nemen: van vmbobasisbrugklassen tot derdejaars hbo’ers.

 

Ik ga ervan uit dat het ook op de basisschool kan. Ruimte geven aan leerlingen kan dus overal en altijd, maar het gebeurt nog steeds weinig.

Soms vraag ik me weleens af hoe de schoolloopbaan van de jongeman uit mijn verhaal eruit had gezien als hij wat meer ruimte had gekregen. Omdat het toch goed gekomen is, is dat eigenlijk niet belangrijk meer.

 

Ik ben allang blij dat mijn 19jarige zoon Ziggy tegenwoordig met plezier naar school gaat en elke dag zijn talenten in kan zetten in plaats van zich onhandig te gedragen. Daarvoor wil ik bij deze zijn opleiding, Podiumtechniek aan de MBO-Theaterschool heel hartelijk voor bedanken.

Het lijkt mij een goed idee als dit schooljaar het schooljaar wordt waarin we met zijn allen ruimte aan onze leerlingen geven door zelf minder ruimte in te nemen. Zodat we er met zijn allen voor zorgen dat we niet meer hoeven te zeggen over een leerling dat het wel goedkomt maar dat we zeker weten dat het op die dag zelf goedkomt.

Dankjewel voor de ruimte die ik vandaag heb gekregen om dit hardop te zeggen en ja het was maar 7 minuten.